Onderwerp

Het gewaarborgd inkomen, het instrument bij uitstek om uw levensstandaard te beschermen

Dossiers
Het gewaarborgd inkomen, het instrument bij uitstek om uw levensstandaard te beschermen
Neem het voorbeeld van een chirurg die in een auto-ongeluk zijn benen verliest en nooit meer in staat zal zijn te opereren. Los van het fysieke en mentale ongemak dat dit drama met zich meebrengt, is er ook nog de financiële put waar je mogelijks in belandt. De arts is gewend om jaarlijks een mooi inkomen te genieten en ziet deze plots wegvallen. Men is gewend aan een bepaalde levenstandaard en kan deze plotseling niet meer handhaven.   

De Belgische sociale zekerheid ondersteunt ons wel in zo’n situatie. De uitkeringen zullen weliswaar variëren naargelang het sociaal statuut, gezinssituatie, de arbeidsongeschiktheidsgraad en de oorzaak van het ongeval of de ziekte (beroeps-gerelateerd al dan niet, dit laatse enkel bij werknemers). Deze toelages zullen evenwel niet altijd het gehele kostenplaatje dekken en al zeker niet toelaten uw voormalige levenstandaard te behouden.

Vooral wanneer de oorzaak niet-beroeps gerelateerd is, vallen de bedragen flink tegen. Een werknemer met gezinslast kan nog terugvallen op een maximale maandelijkse uitkering van 2.408,64 euro (bruto) maar een zelfstandige in dezelfde situatie moet het stellen met maximaal 1.566,76 euro (ZIV-uitkeringen, uitgekeerd door het RIZIV). U kan de bedragen van deze ZIV-uitkeringen raadplegen op de website van het RIZIV.  Voor samenwonenden waarvan partner ook een inkomen heeft, bedraagt de maandelijkse uitkering voor een zelfstandige 948,22 euro.

Er bestaat echter een eenvoudige, betaalbare oplossing om dit risico in te dekken, namelijk een verzekering gewaarborgd inkomen. Voor een relatief kleine jaarlijkse bijdrage kan u tot 80 % van uw normaal beroepsinkomen verzekeren.
 

Wat kan ik dekken met een verzekering gewaarborgd inkomen?

Met een verzekering gewaarborgd inkomen zal je steeds de economische arbeidsongeschiktheid dekken.
Hiermee wordt puur de arbeidscapaciteit gestaafd, in hoeverre er nog de fysieke paraatheid is om je actueel beroep, hetzij een gelijkaardig beroep uit te oefenen dat verenigbaar is met je verworven ervaring en je maatschappelijke positie. Er wordt geen rekening gehouden met andere economische elementen zoals het eventuele inkomstenverlies als gevolg van het accident. Dit zal case per case beoordeeld worden door een arts, die over een grote interpretatiemarge beschikt en niet gebonden is door vaste schalen.
 
 De economische arbeidsongeschiktheid moet onderscheiden worden van de fysiologische arbeidsongeschiktheid, die door het merendeel van de verzekeringsmaatschappijen niet gedekt zal worden. Hier wordt enkel gekeken naar de aantasting van de fysieke integriteit van de verzekerde en dit staat volledig los van de aard van het beroep. Het percentage van arbeidsongeschiktheid zal bepaald worden door een arts aan de hand van de ‘Officiële Belgische Schaal der Invaliditeiten en de Europese schaal ter bepaling van de lichamelijke en geestelijke invaliditeit voor de vaststelling van de invaliditeitsgraad’.

Er is dus geen direct verband tussen economische en fysiologische arbeidsongeschiktheid. Zo heeft het verlies van de benen niet dezelfde economische impact voor een coureur als voor een informaticus. Gehoorverlies heeft niet dezelfde gevolgen voor een metselaar als voor een professioneel muzikant.

De arbeidsongeschiktheid kan zowel blijvend als tijdelijk zijn en zowel volledig als gedeeltelijk. Er zal dus steeds een pro rata percentage beraamd worden. Indien een arbeidsongeschiktheid van 33% wordt vastgesteld, zal logischerwijze 33 % van de in het contract Gewaarborgd Inkomen opgenomen rente worden uitgekeerd. Er zijn wel limieten, zo zal er onder een arbeidsongeschiktheid van 25% geen uitkering gebeuren door de maatschappij en zal een arbeidsongeschiktheid van “boven 66% gelijk worden gesteld met 100%. In het geval de maatschappij zowel economische als fysiologische arbeidsongeschiktheid dekt, zal automatisch het hoogste percentage uitbetaald worden.
 

Kan ik mijn verzekering gewaarborgd inkomen personaliseren?

Het merendeel van de maatschappijen maakt gebruik van de carenzperiode, ook wel de eigenrisicotermijn genoemd. Dit is de periode meteen na het ongeval of ziekte, waar de maatschappij nog niet zal uitkeren. Er is meestal standaard een periode van 30 dagen voorzien, waarop de verzekerde nog zal moeten wachten op zijn uitkering, maar deze kan ook verlengd worden naar 90-120-180 dagen. Hoe langer deze eigenrisicotermijn is, hoe kleiner de premie van het verzekeringscontract zal worden.

Er is ook de optie om een afkoop van de carenztijd te voorzien. Indien de verzekerde deze optie licht, zal de maatschappij toch de rente uitbetalen die normaal niet voorzien was voor de carenzperiode. Dus stel er is een eigensrisicotermijn van 90 dagen opgenomen in het contract en een optie tot afkoop. Als de optie gelicht wordt, zal de maatschappij op het einde van de periode van 90 dagen toch nog de rente uitkeren die de verzekerde tijdens die tijdspanne niet heeft gehad. Logischerwijze zal deze extra bescherming ook een verhoging van de premie met zich meebrengen.
 
U kan eveneens de wijze van indexering van de rente bepalen naar keuze. Er zijn 3 verschillende manieren van indexering:
  • Constante rente :  Er is geen indexering in dit geval, de rente blijft gedurende de volledige duurtijd van het contract gelijk.

  • Toenemende rente : Vanaf het schadegeval of de ziekte zal de rente jaarlijks met een percentage stijgen. Als men terug arbeidsgeschikt wordt, zal de rente teruggezet worden op het oorspronkelijke niveau.

  • Optimaal toenemende rente : De rente zal vanaf het begin van het contract jaarlijks stijgen met een percentage, ongeacht er een schadegeval is of niet.

Door de indexering zelf te bepalen, kan u verzekeren dat uw levenstandaard behouden blijft. Uiteraard zal een hoge indexering zich ook vertalen in een hogere premie.

Losstaand contract of aanvullende waarborg?

Een gewaarborgd inkomen kan zowel als een losstaande levensverzekering als een aanvullende waarborg bij een andere levensverzekering genomen worden. Zo is het perfect mogelijk een gewaarborgd inkomen te koppelen aan pensioenpijlers als een pensioensparen, een vrij aanvullende pensioen zelfstandigen (VAPZ) of een individuele pensioen toezegging (IPT).
Dat geeft de mogelijkheid om eveneens een optie ‘premievrijstelling’ te nemen. De maatschappij zal dan vanaf het moment van arbeidsongeschiktheid de premie van uw hoofdverzekering blijven verder betalen voor u. Een handig extraatje dat u toelaat het pensioenkapitaal van uw hoofdverzekering te blijven opbouwen, zonder dat u zich zorgen moet maken over het storten van de premies. Uiteraard zal deze optie ook weer een kost met zich meebrengen.

Wat betreft de fiscaliteit zullen de premies van een gewaarborgd inkomen steeds een premietaks van 9,25 % ondergaan. Er is evenwel een uitzondering, wanneer het Gewaarborgd inkomen als aanvullende waarborg bij een pensioenspaarverzekering is opgenomen. In dat geval zal de premietaks 0% zijn, omdat de wetgever hier uitgaat van het principe ‘hoofdzaak volgt bijzaak’ en er voor de premies van een pensioensparen 0% taks is.
 
Ontdek onze producten:
Vraag vrijblijvend een adviesgesprek
Wilt u een update van uw financiële situatie? Of wilt u wat meer informatie?
Dat kan u ons bereiken voor een vrijblijvend adviesgesprek.
Bel ons
+32 2 318 15 51
Contacteer mij
Video afspraak