Onderwerp
Dossiers
Nieuws

Pensioen op 65, 66 of 67 jaar?

Pensioen op 65, 66 of 67 jaar?

Met deze nieuwe wet trekt de regering de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen op naar 67 jaar. Deze hervorming heeft betrekking op het wettelijk pensioenstelsel van zowel werknemers, zelfstandigen als ambtenaren. De regering hervormt met andere woorden het volledige pensioensysteem zonder de verschillende stelsels te harmoniseren. Tegelijkertijd wordt de door de regering Di Rupo ingezette hervorming van het vervroegd pensioen en het overlevingspensioen verdergezet.
 

Later met pensioen, voor iedereen, die vandaag jonger is dan 56 jaar


Zoals gezegd wordt de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 jaar gebracht. Dit gebeurt in 3 stappen:

  • de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar blijft behouden tot en met 31 december 2024

  • vanaf 2025 wordt hij op 66 jaar gebracht

  • vanaf 2030 wordt de wettelijke pensioenleeftijd 67 jaar.

Mensen die in die periode de leeftijdsgrens bereiken, kunnen zich best goed informeren. En dit vooral omdat ook het systeem van vervroegde pensionering wordt aangepakt. Vervroegd pensioen blijft mogelijk maar onder strengere voorwaarden De verstrenging van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden die ingingen op 1 januari 2013 wordt verdergezet. Zo wordt de leeftijdsvoorwaarde verhoogd met 6 maand per jaar:

  • 2016: 62 jaar

  • 2017: 62 jaar en 6 maand

  • vanaf 2018: 63 jaar

Ook de loopbaanvoorwaarden wijzigen naar:

  • 2016: 40 jaar

  • 2017 en 2018: 41 jaar

  • 2019: 42 jaar

Uitzondering wordt gemaakt voor personen die heel jong zijn beginnen werken en een lange loopbaan bewijzen. Zij kunnen hun vervroegd pensioen op 60 jaar of 61 jaar opnemen indien zij voldoen aan de voorziene loopbaanvoorwaarde.
 
Het overlevingspensioen wordt verder aangepast De hervorming van het overlevingspensioen, die is ingegaan op 1 januari 2015, wordt ook verdergezet. Deze hervorming verhoogt de leeftijd waarop een persoon een overlevingspensioen kan verkrijgen van 50 jaar in 2025 tot 55 jaar in 2030. Deze hervorming heeft vooral tot doel om weduwen en weduwenaars te heractiveren, eerder dan ze op pensioen te stellen.
 


Algemene informatie

Deze wetgeving wijzigt het wettelijk pensioen op een grondige manier. Voor veel mensen is dit een complex gegeven. Bovendien zal dit veel vragen met zich meebrengen over de persoonlijke situatie waarin velen zich bevinden en zeker voor mensen die zich qua leeftijd al dicht bij de wettelijke pensioenleeftijd bevinden. Om de burger op een degelijke manier te informeren richt men de “pensioenmotor” op. Hiermee zullen de burgers in de toekomst informatie kunnen ontvangen over de vroegst mogelijke datum waarop zij met pensioen kunnen gaan. Tevens zal informatie beschikbaar zijn over het pensioenbedrag dat zij kunnen verwachten. Wanneer de “pensioenmotor” beschikbaar zal zijn, is niet meteen duidelijk.

Zullen we door deze wet een lager wettelijk pensioen ontvangen?


De regering zorgt ervoor dat de actieve Belg zijn wettelijk pensioen in vergelijking met vroeger pas later kan opnemen. Men zal dus langer moeten werken alvorens men recht zal hebben op een uitkering. Deze nieuwe wet wijzigt niets aan de manier waarop het wettelijk pensioen zal berekend worden. De grote budgettaire winst ligt dus niet in een verlaging van de uitkering maar:

  • in een vermindering van het aantal uitkeringsjaren en

  • in een verhoging van het aantal jaren waarin de overheid sociale zekerheidsbijdragen zal ontvangen.

Er zijn 2 factoren belangrijk om van deze operatie een succes te maken: de levensverwachting en de tewerkstelling van actieve Belgen. Als de levensverwachting in de toekomst nog sterk stijgt, zal dit de budgettaire situatie van de vergrijzing verder onder druk zetten. En als men op de toekomstige arbeidsmarkt onvoldoende jobs creëert voor jong en oud, zal dit ook nefaste gevolgen hebben voor de financiering van onze welvaartstaat. We mogen niet vergeten dat we decennia lang oudere werknemers uit het actieve tewerkstellingscircuit hebben geweerd via maatregelen zoals het brugpensioen. Deze werkkrachten nu wel integreren op de arbeidsmarkt houdt dus een verandering in voor het HR-beleid van onze ondernemingen. Er staan ons de volgende decennia nog verschillende uitdagingen te wachten.

Impact op het aanvullend pensioen


Dat deze wetswijziging ook een impact zal hebben op het aanvullend pensioen, valt te verwachten. Maar hierover vinden we geen verwijzingen in de wetteksten. We kunnen ons nog verwachten aan enkele bijkomende wetswijzigingen met betrekking tot het aanvullend pensioen in de tweede en derde pijler.

Ontdek onze producten:
Vraag vrijblijvend een adviesgesprek
Wilt u een update van uw financiële situatie? Of wilt u wat meer informatie?
Dat kan u ons bereiken voor een vrijblijvend advies gesprek.
Bel ons
+32 2 318 15 51
Contacteer mij